4/06 – Werkende boeren als ‘ladder voor politici’
We maken gebruik van de autonomiecampagnes van de gemeente om ‘jongeren op het veld’ op te zoeken. Met een gigantische rood-witte vlag op de auto scheuren we door het Tarijeaanse platteland. Waar we jongeren zien, roepen we ‘para!’ en daar worden we gedropt langs de kant van de weg. We springen over beekjes en koeienstront, ontwijken angstig enkele honden en stieren, om de verbaasde en soms wat wantrouwige gezichten van de bewoners van de gemeenschappen Guerrahayco, San Andres of Tolomosa te begroeten.
Onze collega’s lopen zonder scrupules elk erf op, ze gooien een ladder tegen de muur, planten een vlag op het dak en steken de mensen zonder veel uitleg een stapeltje flyers en een affiche in de handen. In geen tijd hebben ze de straat veroverd.
Wij praten met een vierentwintigjarige moeder in Guerrahayco. Een jongetje van drie en een meisje van twee ploeteren met hun handjes in een kom met maïs. Een pot staat te pruttelen op het houtvuur. Achter ons een minuscuul huisje, voor ons uitgestrekte velden waar niet noodzakelijk gewassen op bloeien. Het gezinnetje woont hier nog maar sinds kort. Ze zijn verhuisd in de hoop hier iets beter af te zijn dan in de verder gelegen gemeenschap waar ze vandaan komen. De jonge moeder is tot haar twaalfde naar school geweest, daarna heeft ze gewerkt, in van alles en nog wat, tot ze een drietal jaar geleden haar eerste kindje op de wereld zette. Foto’s en camera moeten we achterwege laten, ze blijft liever anoniem. Tijdens ons gesprek worden flyers in haar hand gestopt die de autonomie verkondigen, volgens het papiertje de weg naar beterschap voor iedereen.

In Tolomosa vinden we een vader en twee zonen die onder de hete middagzon het overtollige groen wegplukken tussen de zoete ajuinen die een kleine strook van het veld innemen. Zonen houden zich op de achtergrond, vooral de oudste werkt in stilzwijgen verder. Vader vraagt hoe onze komst hen beter zal maken, welke hulp onze vragen zal volgen. We leggen uit dat wij enkel onderzoek kunnen doen, dat we enkel kunnen hopen dat wordt geluisterd naar onze aanbevelingen om niet enkel de jongeren in het centrum van Tarija te ondersteunen, dat we het verhaal van de jeugd van de gemeenschappen willen vertellen. Van een stedenband heeft hij nog nooit gehoord, ‘maar mijn zoon is wel al naar het parlement geweest!’ en als een verhaal de situatie kan verbeteren, vertelt hij maar al te graag. Ook hier zijn camera’s niet gewenst. Hij wil niet gebruikt worden door politici. ‘Nu zijn ze daar weer, met hun vlaggen, omdat de verkiezingen eraan komen, maar echt iets doen, …, nee, voor ons gebeurt er niets’. ‘Ook het onderwijs in Tolomosa laat te wensen over’, zegt hij, ‘de schoolgebouwen zijn in slechte staat, er zijn te weinig leerkrachten, het niveau van opvoeding is betreurenswaardig laag waardoor de zeldzame gevallen die naar de universiteit kunnen, heel wat problemen hebben. Heel wat jongeren steken de grens over om in Argentinië een job te zoeken want hier is er geen werk, dus wat moeten we doen?’
De uiterst gastvrije mama van een eenentwintigjarige schone weet net hetzelfde te vertellen. De helft van haar kroost werkt momenteel in Argentinië. Er is geen werk, gebrek aan geld verhindert degelijk onderwijs. De prefectuur verzorgt blijkbaar wel enkele infrastructuurprojecten: waterleidingen, asfaltering van de wegen, … . Er werd bovendien een mooi computerlokaal gebouwd maar een leerkracht is er niet. Het telkens terugkerende verhaal: infrastructuur zonder capaciteitsopbouw. Resultaat is een gloednieuwe computerklas die door niemand kan worden gebruikt.
Een vriendin aan huis zet zich bij en vult de verhalen van moeder de vrouw aan. Enkelingen studeren verder, anderen gaan naar Argentinië. De hoop die geen werk vindt, legt zich toe op de fles. Alcohol wordt wederom als een van de grootste problemen van de jeugd genoemd. Vroege of ongewenste zwangerschappen staan ook op het problemenlijstje. De eenentwintigjarige schone vertelt voor het oog van onze camera dat ze haar tweede kindje verwacht. Als we naar haar toekomstplannen vragen, oppert ook zij dat ze van plan is de grens over te steken op zoek naar een manier om het wezentje in haar buik te voeden. Op haar verhaal volgt het geraas van haar moeder: ‘Och dromen, plannen, ze kan niets, ze verwacht verdorie haar tweede kind dat ze niet kan verzorgen en ik ben de dupe van haar domheid. Ze is slecht gewoon …’, waarop dochterlief stil afdruipt en rustiger oorden opzoekt. Wij blijven achter bij mamalief met een krop in de keel.
De rust op het erf wordt verstoord door het getoeter van de gemeentelijke auto. Aan elk huis wappert een rood-witte vlag. ‘Wij leven van het werk, zij van de politiek’, zo zei een van de boeren van Guerrahayco, die samen met zijn kinderen een stukje veld was aan het bemesten. ‘Onze kinderen zijn ondervoed, kunnen niet verder studeren, en geen enkele instantie die ons steunt. Wij zijn de ladder waarop de politici opklimmen’, zo besloot hij.





KLIK en ga mee op tocht met JOPAC « JOPAC - Jóvenes para el Cambio zei
[...] 4/06 – Werkende boeren als ‘ladder voor politici’ [...]