JOPAC – Jóvenes para el Cambio

Hannelore Depypere en Rob Sweldens

12/06 – Donker en koud, boven en onder de grond

    

Een rechte weg is er nooit, zeker niet in Bolivia, we volgen alle sporen die ons worden aangereikt. De weg gaat noord- en zuidwaarts, op en neer. Deze keer leidt de analyse van een 480-tal enquetes ons naar Potosí, de hoogste stad ter wereld, op 4100 meter boven de zeespiegel. De overgrote meerderheid van de migranten in Tarija komt uit de streek van Potosí. Macro-economische veranderingen treffen duizenden mensen in deze mijnwerkersstreek. Families zoeken een uitweg, die onder andere zuidwaarts gaat, richting Tarija of verder zuidwaarts naar Argentinie. (Deze nacht nog gaven we ons laatste kleingeld aan twee straatjongeren die van plan waren de grens over te steken op zoek naar werk). Ook het politieke schouwspel brengt jongeren van Potosi naar Tarija. De prefectuur organiseert een ontmoetingsdag voor jongeren in het kader van de autonomie waarop politiek actieve jeugd van ondermeer Santa Cruz en Potosi hun stem laten horen. Wij gaan op zoek naar het mysterie van Potosi, ooit de rijkste stad van Bolivia.

   

Maandagavond rond 18h vertrekt de bus uit Tarija om tien uur later aan te komen in Potosi. Gezien het ons werd afgeraden op dit vroege en extreem koude uur de stad in te trekken, laten we ons met enkele Tarijeanen opsluiten in de bus tot 7uur. Een taxi brengt ons naar de plaza waar we op zoek gaan naar een warme melk met singani om onze lichamen te ontdooien. Zonder resultaat. Een ontbijt en een trage administratie later, zitten we tussen een nest Engelsen, Noren en Hollanders op een busje dat ons naar onze verkleedplaats brengt.

Getooid in mantel, broek, een paar laarzen, een helm en een koplamp, loopt een bende blondharigen naar de plaatselijke markt van Potosi, op zoek naar dynamiet, coca, sigaretten, frisdrank om aan de mijnwerkers te geven. Na een lesje terrorisme, chemie en het consumeren van een drupje alcohol van 96 graden (legaal in Bolivia) achter gesloten deuren, zijn we klaargestoomd om in de mijnen af te dalen.

    

 

Gesloten deuren horen normaal niet bij het ritueel. Wij kiezen altijd de beste dagen uit. De mijnwerkers in Potosí, een van de knooppunten van het wegennet in Bolivia, staken al enkele dagen. Reden? Een belastingsverhoging op het mijnwerk. Methode? Het afzetten van alle toegangswegen naar Potosi en het sluiten van de winkels. Mensen die hun winkel wel openen kunnen wel eens problemen krijgen.

 

Het busje laat een nest toeristen uit. We wandelen door de blokkade om aan de andere kant enkele mijnwerkers te begroeten die zich klaarmaken om de mijnen in  te gaan. Het staken van alle werk, zou enkel de mijnwerkers zelf schaden, aangezien hun loon wordt berekend aan de hand van de hoeveelheid mineralen die zij ontginnen. In 1980 werden alle staatsmijnen gesloten en werd overgeschakeld op een cooperatief systeem. Ondertussen zijn heel wat mijnen of gesloten of weer zogenaamd genationaliseerd. In werkelijkheid komen de grootste winsten in handen van buitenlandse bedrijven terecht.  Een basismaandloon van een mijnwerker is 800 bolivianos, wat grof geschat 80 euro is. Op dit moment zijn nog 15.000 mijnwerkers aan het werk in de Cerro Rico, de Rijke Berg, zoals de mineraalrijke bergketen in Potosi werd gedoopt toen hij in 1544 wer ontdekt. Na een geschiedenis van uitbuiting, slavenhandel en armzalige werkomstadnigheden, kunnen de mijnen van Potosi, volgens onze gids Miguel, nog hoogstens 20 jaar werk leveren. Daarna zal de berg enkel en alleen toeristische trekpleister zijn.

   

Met een goeie hand cocabladen achter de kiezen kruipen we de mijnen binnen, om eerst de goden van de mijn te bezoeken en een stukje geschiedenis tegen de mijnwand te lezen. Aangezien we de enigen van de bende zijn die Spaans begrijpen, hebben we het geluk om in een heel klein groepje onder de grond te gaan. Samen met Rolando en Miguel kruipen we door stoffige gangen en dalen we af tot het derde niveau waar temperaturen van 50 graden onze voeten eindelijk verwarmen. In de gids staat te lezen ´niet voor woosies, emotioneel en fysiek zwaar´. Voor elke toerist is een twee uur durende tocht door de mijnengangen, vergezeld door ex-mijnwerkers, een overweldigende ervaring. Wij puffen, blazen en hoesten als we weer een gang zijn doorgekropen. Voor elke mijnwerker is dit het leven van elke dag. Minstens 8 uur per dag, soms tot 15 uur per dag. En zij kruipen niet om te kruipen, zoals wij. Zij kruipen naar een van de strategische plaatsen op een mineraalader in de berg, om daar urenlang met hamer en beitel een stuk steen te bewerken of om de gekapte mineralen in zakken of wagentjes te laden. En zij kruipen elke dag terug naar het daglicht met 50 kilo op hun rug.

  

Op onze tocht komen we ‘Vacio’ tegen, een 38-jarige mijnwerker met 22 jaar ervaring. In het pikdonker van de mijn horen we enkel de slagen van metaal tegen de wand en het gekreun van ‘Vacio’. Drie uur later zal hij in dat gat een staaf dinamiet plaatsen,waarna hij 6 minuten heeft om zich uit de voeten te maken. ‘Leegte’ is de letterlijke vertaling van zijn bijnaam. 

 

Door steeds nauwer en benauwder wordende gangen kruipen of sluipen we op knieen of buik verder naar nivau drie. De gangen zijn voor het grootste deel ongestut. Slechts een keer dalen we af via een laddertje met drie wankele treden. Andere keren biedt enkel de mijnwand steun. Van tijd tot tijd pauzeren we om even ‘adem’ te halen. Wat we inademen bestaat slechts voor een klein deel uit zuurstof. De rest zijn giftige gassen, stof en af en toe uitwerpselen van mijnwerkers. De doekjes houden de schadelijke stoffen slechts gedeeltelijk tegen en maken het ademhalen er bovendien niet makkelijker op. Zittend op een stukje mijn, proberen we onze mond vochtig te houden. Er wordt over politiek gepraat, er wordt coca gekauwd, er wordt gezwegen. Coca in combinatie met een katalysator, gemaakt van aardappel of yuca, maakt mensen meer bestand tegen kou,vermoeidheid en hoogte. Boeren, mijnwerkers, studenten en sinds kort ook toeristen kauwen of drinken thee om hard labeur, vermoeidheid of hoogteziekte tegen te gaan. We merken hoe vermoeid onze twee gidsen eruit zien. Hun ogen zijn rood, ze praten traag en nooit te veel.

 

‘We maken de gangen net groot genoeg om er door te geraken’, zegt Rolando, ‘grotere gangen zouden meer tijd en meer materiaal kosten’. In een van de holtes van de mijn ontmoeten we twee mannen die zoveel mogelijk coca achter hun kiezen proppen om het verdere werk aan te kunnen. Zij hebben als taak brokken mineraal in grote zakken te laden,die via een liftsysteem naar het eerste niveau worden getrokken. Op onze terugweg, moeten we ons even tegen de mijnwand drukken om een ‘treintje’ van enkele karretjes door te laten, dat wordt voortgeduwd door twee jonge mijnwerkers.

 

De jongste mijnwerker is dertien. Het aantal jaren in de mijn is afhankelijk van de specifieke plaats in de mijnberg. Op de droogste plaatsen, werk je maximum10 jaar vooraleer gezondheidsproblemen je dwingen ander oorden op te zoeken. De oudste mijnwerkers zijn tussen de 40 en 50 jaar.

Bestoft en met tanden groen van de cocabladen klauteren we uit een van de monden  van de Cerro Rico. Een groep mijnwerkers heeft zich verzameld rond enkele flessen bier. ‘Als we niet werken,dan zuipen we’, wordt gelachen.

 

‘Er moet nog iets worden opgeblazen’, zegt Miguel en met een ontstoken lont tussen zijn tanden loopt hij de wijdse dorheid rond de mijnen in. Vijf minuten later weerklinkt een knal die ons even de lucht doet inspringen.

  

Een van de vele knallen die vandaag dit droge landschap doen opschrikken. Dynamiet is de stem waarlangs de mijnwerkers vandaag hun ontevredenheid laten horen. We lopen voorbij de blokkade, beantwoorden een van tijd tot tijd spottende ‘hola gringo’, wachten op de rest van de groep om terug te keren naar de kleedkamer.

  

‘s Namiddags dwalen we wat verdwaasd door de nauwe straten van Potosi. Om 17.30 horen we dat onze bus waarschijnlijk niet vertrekt. Twee uur later is dat nieuwtje bevestigd. We krijgen onze100 bolivianos terug en nemen plaats in een bus die heel misschien deze nacht vertrekt naar Tupiza,wat ons iets dichter bij Tarija kan brengen. Om 23.30 beslissen we warmer oorden op te zoeken. Na tien minuten kloppen en bellen op de deur van het eerste beste hostelletje, worden we binnengelaten en naar een koude kamer gebracht. Numero 7. Buenas noches.

De ochtendstond heeft altijd goud in de mond. Goed nieuws. Om 16 uur nemen we een taxi tot de blokkade, om naar de overkant te wandelen. Daar staat een bus te wachten die gisteren vanuit Tarija is aangekomen en ook de blokkade niet doorkomt. Als alles goed gaat, zijn we morgen terug thuis, in Tarija.

 

Een taxi brengt ons tot op een 100 meter van de blokkade. Mijnwerkers zitten rond een vuurtje of trappen een balletje. Passagiers die van La Paz komen, staan er verloren bij. We horen dat er al ‘iets geregeld is’ met drie coöperaties. Slechts een mijnwerkerscoöperatie zou de staking in gang houden. Voorbij de blokkade staan de bussen van La Paz en Uyuni in rij, wachtend op een eventuele doorgang. Onze bus van Expreso Tarija staat ons een vijftig meter verder op te wachten. Om 18h begint het half uur durende gedraai van de bus. Een kleine 10 uur later worden we wakker in de busterminal van Tarija.

         

Vier uur later bekijken onze ‘collega’s’ de foto’s van de mijnen vol ongeloof en verbazing. ‘Pobrecitos’.

 

6 Reacties naar “12/06 – Donker en koud, boven en onder de grond”

  1. [...] Donker en koud, boven en onder de grond [...]

  2. Miche zei

    prachtige reportage.
    jullie deinzen ook voor niets terug hé…
    hoeveel blokkades hebben jullie al gehad tijdens jullie verblijf in Z.A??
    niet te doen,onvergetelijk vr jullie.
    blijf toch maar waakzaam hé.
    mooie foto’s ook.

  3. Manman..dankzij de levendige beschrijving kreeg ik het even benauwd.. precies of jullie altijd de avontuurlijke en ellendige dingen overkomen :) Hier in Quito maak ik zo’n dingen (raar genoeg)niet vaak mee. Ik ben al aan mijn solicitatiebrief bezig om volgend jaar mee met Jopac op avontuur te gaan. Waar gaat de reis dan naartoe?
    Blijf zo verder doen.. ben fier en jaloers op jullie..want mijn zuid-amerika avontuur zit er zondag al weer op.
    Que te vaya bien (kan dit nog niet vermeervoudigen)
    Ciao…
    Sofia

  4. lode zei

    jip, heb het gehad
    maar is niet binnnengekomen met mijn ‘feeds’ knopje….

    echt wel vooroorlogse situatie weer.
    spijtig

    ben gisteren naar de film ‘our daily bread’. was ook wel confronterend over hoe wij hier bezig zijn en eten.
    maar ideale film, anderhalf uur impressies opdoen gewoon. er werd niet gebabbeld. echt een aanrader – maar niet voor direct als ge terug zijt, want dan is het wel heel schokkend denk ik. voor ons was het ‘ah ja, goed dat ze dat laten zien, want veel mensen weten niet dat het zo werkt – de massaproductie’. (heb wel een oogje dichtgedaan tussen de legbatterijen en de koeien (de ingewanden kuisen van varkens moet ik dus gemist hebben).

    maar tis anderzijds toch zo lekker allemaal, dat eten he ;-).

    dikke groet!

  5. hilde m zei

    aha,eindelijk heb ik ook nog eens tijd gemaakt om bij te lezen.
    Vacio maakt indruk. Vooral ook hoe jullie hem ook via youtube in de spot zetten. Lijkt wel of ie anders nog in het donker werkt ook.
    Aún mucha suerte met alles wat jullie doen.
    Hilde

  6. marijke zei

    amai zeg, wat jullie beiden daar op een paar maanden tijd zien, ervaren en aan den lijve ondervinden, is voor de meeste van ons hier gewoon niet te vatten.
    Ik bewonder u 2, je moet het toch maar doen zo in die mijn afdalen en proberen te ondervinden hoe het moet zijn om daar je boterham te verdienen.(Daar is het pataten fabriek hier niks tegen :))
    Het is trouwens zeer mooi in verhaal gebracht, het had even goed een documentaire van canvas kunnen zijn. Misschien een idee voor als jullie terug in het land zijn.
    Wees toch maar voorzichtig, het allerbeste nog en tot de volgende keer.
    groetjes marijke

Reageer

XHTML: De volgende sleutelwoorden kun je gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <pre> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>