27/06 – JOPAC op de top van de wereld
Om 14h ontmoeten we Jorge en Cesar, twee jongeren van de Codijusaje, om enkele gemeenschappen te bezoeken. In een vrachtwagen volgeladen met schoolkinderen en zakken patatten hobbelen we richting Conchacalla, een van de landelijke gemeenschappen van San Jeronimo. Om de zoveel tijd hoor je ‘baja baja’ waarna de auto stopt en een kind uit de laadbak springt om huiswaarts te gaan. Tijd voor het middagmaal, de potten staan op het vuur te pruttelen. Honden lopen als hondsdollen achter de auto aan, blaffend en een poging ondernemend om die vreemde draaiende dingen vast te krijgen.
Aangekomen in het centrum van Conchacalla wordt een laddertje tegen de laadbak gegooid om vrouwen met kinderen te laten uitstappen. Wij springen eruit en vatten de wandeling naar boven aan. Op de top van de wereld, in een gigantisch berglandschap vinden we een speelpleintje met glijbaan en klimrekken, trotse eigendom van de gemeenschap. Enkele kinderen komen op ons afgelopen, vechtend, spelend, lachend, gierend. ‘Chau amigos’, klinkt het als we vertrekken, ‘gracias por visitarnos’.
De bibliotheek is gesloten vandaag, de verantwoordelijken zijn ‘beneden’, in het centrum voor een vorming. Naar beneden ook dan maar, op naar Uspabamba, naar het sportveldje, waar we met twee kinderen tikkertje spelen. In Quecha, de taal van de inheemse bevolking, leggen ze het spel aan elkaar uit. Ze lachen en roepen, gaan in extreme mate op in dit simpele spel.
Een jongen zit aan de kant en bekijkt het schouwspel, naast hem een lading hout of aardappelen die hij naar weet ik veel waar torst. Wij hijgen en puffen als we een rondje hebben gelopen op deze hoogte van 3800 meter. We crossen doorheen aardappelen die in de zon liggen te drogen. Van boven ons horen we ‘hela, daar zijn gringo’s’. Via de bergwanden bereikt de stem de andere kant van het dorp. Gsm’s zijn overbodig hier, grapt Cesar.
De schaduwen zeggen vijf uur, tijd om terug te keren, hopend op een auto die nog richting centrum gaat. Niets daarvan, dus we nemen een binnenweg, ‘een weg die bijna niemand kent, ook de burgemeester niet’, zo zegt Jorge. Tot er nog geen auto’s waren , liepen de kinderen via deze weg naar school, nu gaan ze via de hoofdweg met een auto of vrachtwagen. Onze gidsen kennen de weg omdat ze boven een chakra, een stuk landbouwgrond, hebben, familiebezit al sinds hun groot-grootvaders. We wandelen in de onverwoestbare sierra, de ardennen op 3800 meter boven de zeespiegel. Rotsen, ondoordringbare struikgewassen, de bloedrode Peruviaanse bloem, afgronden van meters diep, riviertjes die we oversteken. Een afdaling waar wij normaal bergschoenen voor aantrekken. Het wordt donker, de immense schaduwen van dit schitterend gebergte vergezellen ons. Ondertussen vertellen onze makkers legendes, verhalen, geschiedenissen, … wij letten wel op waar we onze voeten zetten. Een ongelooflijke sterrenhemel verschijnt boven onze hoofden, Cruz del sur hier, in plaats van onze poolster. We zien in de hoogte toch nog een auto naar beneden zakken op de grote aarden weg. Wij dalen verder af, de weg lijkt oneindig.
Tot honden ons vertellen dat we de bewoonde wereld naderen. Een man keert huiswaarts. Eens het donker is, zeg je geen goedendag meer aan voorbijgangers op verlaten plaatsen. Volgens stadslegendes kunnen het doden zijn die zijn opgestaan. Als je toevallig een slecht persoon treft, kan je opgegeten worden … In de verte zien we de lichtjes van San Jeronimo, een laatste auto stijgt. Wij gaan aan de kant staan. Hannelore valt wegens haar nachtblindheid in een gat … volgens traditie eigen je je op die manier een stuk grond toe, waar je valt, is je grond. Graag, een lapje grond hier.
Meer mensen op de weg, agressieve honden die hun woonst bewaken. We dalen verder, enkele lampen verlichten de weg, we gaan de spoorweg over, de asfaltweg op. ‘Hola hola, byebye’, klinkt het aan alle kanten. Gelach ook, wat lopen die gringo’s hier te doen? Wandelen, genieten, starend naar een sterrenhemel waar we een omgekeerde grote beer ontdekken. Rob ziet een vallende ster, de taxi die hij wenst rijdt ons voorbij. We wandelen verder … de honden zijn anders hier, geen waakhonden meer, het zijn bendeleden of prostituees, ze zoeken eten of een partner … ze blaffen noch bijten … ze zijn er, als fundamenteel deel van de stille werkelijkheid in dit heerlijke dorp.
In de hoofdstraat aangekomen die San Jeronimo met Cusco verbindt, ontmoeten we onze pizzaman, we weten onmiddellijk waar naartoe, pizza’s in een steenoven voor 60 frank. Ronald, het muzikale lid van de Codijusaje stapt binnen, ‘que tiempo, que tal?’ Samen met hem stappen we naar buiten om huiswaarts te wandelen, op de terugweg lopen we Veronica en Cesar tegen het lijf. Er worden afspraken gemaakt voor de komende dagen, er wordt wat nagepraat. Tot morgen amigos, we zijn blij om terug te zijn.



















KLIK en ga mee op tocht met JOPAC « JOPAC - Jóvenes para el Cambio zei
[...] 27/06 – JOPAC op de top van de wereld [...]
sofie zei
Het zal altijd weer een beetje “thuiskomen” zijn.. binnekort ook weer terug in Oña, een van de mooiste plekjes die ik zag in Ecuador. Overal eens kijken of ze nog wel aant doen zijn wa ze zoude moete doen. Hier was het gisteren en vandaag Joyjoy. Heb me doodgeërgerd aan de verwende kinderen, het commerciële gezever, de opblaastoestanden, de teleurgestelde kindergezichten als de 20-30€ zakgeld van mama op is aan snoep, ijs en speelgoed wat toch wordt weggegooid. Maar blijkbaar denk alleen ik daar zo over want het was voor iedereen groot feest… Mét braderie&solden erbovenop!
Niquipo zaterdag weer goed vergaderd. We zijn zo goed als listo om de nica’s te ontvangen binnekort..
De familie zal ondertussen wel al daar zijn, doe ze mijn groetjes en laat hen u (rob) maar eens goed verzorgen..
Hou jullie goed,
Que les vayan bien amigos
Besos, Sofie
sofie zei
Feliz cumpleaños!!! Un dia en tarde pero los deseos vienen todavia directamente desde mi corazon ;)
mucha suerte, amistad, amor y regalos
Besos, Sofie